Kanaleneiland

De bouw van Kanaleneiland maakt deel uit van de grootschalige uitbreiding van de stad Utrecht in de jaren vijftig. In 1954 werd de gemeente Utrecht uitgebreid met delen van de gemeentes Oudenrijn, Zuilen, Maartensdijk, Houten, de Bilt en Jutphaas, waarmee tegemoet werd gekomen aan de lange gewenste gebiedsuitbreiding (de oppervlakte van de gemeente Utrecht verdubbelde). In hetzelfde jaar ontwikkelde de gemeente een structuurplan tot 1970. Dit leidde tot de bouw van drie grote wijken, Kanaleneiland, Overvecht en Hoograven, die tot doel hadden de grote naoorlogse woningnood op te lossen. Deze drie wijken waren in totaal bestemd voor 90.000 inwoners, waarvan 30.000 in Kanaleneiland.

De bouw van Kanaleneiland begon in 1957 en wordt als voltooid beschouwd in 1971. Kanaleneiland werd opgezet volgens de idealen van de functionele stad. Kenmerkend voor Kanaleneiland zijn de portiekflats met vier woonlagen. Centraal in Kanaleneiland stond een strikte scheiding tussen wonen, werken, recreatie en verkeer. Het verkeer werd om de wijk heen geleid. Kanaleneiland zou een stad op zich moeten vormen waar de bewoners hun hele leven konden blijven wonen.

De aanvankelijke bewondering voor Kanaleneiland maakte al snel plaats voor vergruizing. Door het gebrek aan ruimere laagbouwwoningen keerde de middenklasse de wijk al snel de rug toe. Hun plaats werd ingenomen door nieuwe Nederlanders. Nadat de schatkist van de gemeente Utrecht in de jaren zeventig leeg raakte, was er geen geld meer voor vernieuwing van de (inmiddels verouderde) voorzieningen. De ommezwaai kwam eind jaren negentig. De gemeente zag in dat de wijk niet meer voldeed aan de eisen van de 21e eeuw en startte met plannen voor een grootschalige wijkverbetering.